|
|
Dieren in voeding
|
| Varkensstal |
 |
Dier = ding De realiteit voor dieren die gebruikt worden als voeding is hard en minder romantisch dan de reclameplaatjes en lobbypraatjes van de dierenuitbuitende sector het publiek wil doen laten geloven. Intensieve veehouderijen zijn industriële bedrijven geworden (grote schuren waar duizenden dieren opeengepakt zitten, ver weg uit het zicht en daardoor uit het geweten van mensen), waar een dier verworden is tot een ding. Een bijzonder winstgevend product. Op http://www.vilt.be vind je een goed voorbeeld van hoe een varkensboerderij virtueel wordt voorgesteld als een plaats waar varkentjes vrolijk rondhuppelen alsof er niets aan de hand is. Lachende varkens bij de slager of supermarkt mogen de kadavers van hun broeders en zusters aanprijzen. En het publiek wordt weggehouden van de ‘boerderijen’. Zonder witte overal, mondkapje en chemische baden (voor je schoeisel) kom je er tegenwoordig bijna niet binnen. Een sector die bol staat van de voedselschandalen: BSE (gekkekoeienziekte), vogelpest, varkenspest, dioxinecrisis, salmonella, E-coli, Campylobacter etc. Jaarlijks worden er honderden mensen ziek of sterven zelfs als gevolg van zo’n voedselvergiftiging. Bij een uitbraak van een ziekte op een bepaald bedrijf prevaleren de economische belangen: massale ruimingen, vaak met miljoenen dieren tegelijk - ziek of niet ziek - zijn de gevolgen van het kunstmatig in stand houden van de vleesindustrie. Zelfs de dieren van hobbyboeren en particulieren moeten het dan ontgelden: zonder pardon worden zij mee geruimd. Allemaal in naam van de ‘heilige’ vleessector. Hieronder geven we in het kort een overzichtje van de verschillende dieren die het slachtoffer zijn van de vleesconsumptie.
Dierenfabrieken De gangbare industrie (veehouderij) houdt dieren op een dieronwaardige en wrede manier in grote bio-industriële schuren waar ze in zeer korte tijd worden vetgemest en geslacht. Dit systeem wordt bio-industrie of intensieve veehouderij genoemd. Veel mensen eten, zonder het echt te weten, veelal jonge dieren. Een vleeskip (kuiken) wordt vaak gemiddeld niet ouder dan 6 weken. Ze zitten met (tien)duizenden opeengepakt in overvolle schuren. Temperatuur en ventilatie worden automatisch geregeld. Ze worden in zo’n rap tempo opgefokt (zgn. ‘plofkippen’) dat veel dieren door hun te snelle groei door de poten zakken, vaak voetzoolproblemen, borstblaren (doordat ze in hun eigen mest zitten), groeistoornissen en ademhalingsproblemen krijgen en door dit alles vaak niet meer goed kunnen bewegen. Regelmatig sterven dieren hierdoor de hongerdood of worden het slachtoffer van kannibalisme. Daarbij zitten de kuikens bijna de klok rond in kunstmatig licht. Na 6 weken worden de vleeskuikens door speciale kippenvangers geruimd en letterlijk in kratten gegooid (gaat om snelheid waarbij het welzijn van de kuikens totaal ondergeschikt is) om afgevoerd te worden naar binnen- en buitenlandse slachthuizen. Kalkoenen en eenden worden ook in dezelfde bio-industrieschuren vetgemest en jong geslacht. De eenden hebben geen zwemwater tot hun beschikking. Kalkoenen lijden aan dezelfde aandoeningen als de vleeskuikens. De mannelijke kalkoenen zijn vaak te zwaar om de vrouwelijke kalkoenen te bevruchten dus wordt er steeds vaker kunstmatige inseminatie toegepast. Ook vleeskonijnen worden gehouden in batterijsystemen (draadgazen kooien). In batterijsystemen kunnen dieren absoluut niet hun soorteigen gedrag vertonen. Konijnen kunnen bijvoorbeeld niet eens rechtop staan in de krappe batterijkooien, laat staan kuilen graven en zich vrijuit bewegen. Ook is er een niet zo bekende tak van de bio-industrie: gefokt wild (fazanten, herten, wilde zwijnen etc.) worden in stallen en schuren vetgemest en verkocht als wild. Al deze dieren hebben nooit de frisse buitenlucht kunnen opsnuiven, de zon gezien of de aarde onder hun pootjes kunnen voelen. De basisrechten van dieren op een dierwaardig bestaan worden hen ontnomen.
Kippen, haantjes en ééndagskuikens Kippen worden verminkt doordat hun snavels gekapt worden (afgebrand: ook bij scharrelkippen, bij biologische kippen wordt dit door de regel genomen niet gedaan, echter soms wel het puntje van de snavel). Een legkip moet haar leven slijten in de beruchte legbatterij (het licht wordt bewust de klok rond aangelaten zodat het natuurlijk ritme van de legkip verstoord raakt en ze daardoor gedwongen wordt nog meer eieren te leggen!) om na een klein jaar te eindigen als soepkip. Zelfs scharrelkippen komen nooit buiten (met uitzondering van biologische kippen) en zitten met duizenden opeen in bio-industriële schuren. Alle legkippen, zowel bio-industrie-, scharrel- en biologische kippen worden uiteindelijk allemaal geslacht. Bij het selecteren van het geslacht van legkippen (op speciale bedrijven) worden miljoenen haantjes (economisch niet rendabel, leggen geen eieren en kosten alleen maar graan, ruimte en geld) vergast of versnipperd. Meer hierover lees je op www.waardelozehaantjes.nl Legkippen of vleeskuikens komen van broederijen. Broederijen zijn bedrijven die gespecialiseerd zijn in het uitbroeden van bevruchte eieren/kuikens. Deze eieren komen van ‘ouderdierenbedrijven’ (bedrijven waar ouderdieren - kippen en hanen - worden ingezet voor het fokken van kuikens). Vaak worden dieren op een streng (honger)dieet gezet om te voorkomen dat ze te zwaar worden.
Kettingzeugen en biggenbatterijen Ook met de andere dieren in de intensieve veehouderij is het buitengewoon slecht gesteld. Varkens worden bijv. in 6 maanden tijd opgefokt tot slachtrijp. Fokzeugen (vrouwelijke varkens) zitten opgesloten tussen ijzeren stangen, vastgezet om geen biggen te pletten (dat zou de veehouder immers geld kunnen kosten), de biggen worden veel te vroeg bij de moeder weggehaald (na ongeveer 4 weken, in de V.S. al na 10 dagen), de hoektanden en staarten afgeknipt en gecastreerd, en dit allemaal zonder verdoving (!). Biggen worden ook vaak in biggenbatterijen gepropt om vervolgens te eindigen in krappe, donkere betonnen, stimulusarme hokken. Andere biggen worden op (inter)nationaal transport gezet om elders vetgemest te worden. Deze hokken worden de afmesthokken genoemd. In deze hokken is geen stro aanwezig. De zeugen worden direct na het verwijderen van de biggen weer zwanger gemaakt. Vaak gebeurt dit middels kunstmatige inseminatie of wordt er een dekbeer (mannelijk varken) ingezet. Biologische varkens krijgen - in het algemeen - wel een uitloop naar buiten en kunnen meer soorteigen gedrag vertonen. Biologische biggen worden echter ook gecastreerd zonder verdoving. Dit gebeurt omdat de mannelijke biggen een specifieke berenlucht produceren en het vlees een onaantrekkelijk smaak zou hebben voor consumenten die varkensvlees willen eten. De staarten van biologische biggen worden niet geknipt en de biggen blijven ongeveer 40 dagen bij de moeder.
Varkens die nooit het daglicht zullen zien Opeengepakt en in het donker (om de varkens rustig te houden, een varken is van nature een intelligent en ondernemend wezen) slijten de varkens hun dagen met eten, drinken en zich vervelen. Veel varkens hebben last van stress (maagzweren komen regelmatig voor) en vaak komt het tot gevechten tussen de dieren omdat ze geen kant uitkunnen. Daarom worden de staarten en hoektanden (zonder verdoving!) verwijderd omdat er anders nog meer uitval (lees: dood, verwondingen) van varkens zou zijn.
Vlees- en melkkoeien Vlees- en melkkoeien lijken het op het eerste zicht beter te hebben. Maar schijn bedriegt. Melkkoeien worden jaarlijks opzettelijk zwanger gemaakt (vaak door kunstmatige inseminatie, daar komt tegenwoordig bijna geen stier meer aan te pas, er zijn zelfs gespecialiseerde bedrijven die zich alleen maar bezig houden met het aftappen van sperma bij stieren!) om hun melkproductie op een rendabel niveau te houden. Daarin verschilt de koe absoluut niet van andere zoogdieren die alleen melk produceren als er een baby/zwangerschap is. Direct na de geboorte van haar kalf wordt het kalf (in de gangbare melksector) direct gescheiden van de moeder. Een wrede praktijk. En vaak uiten de moederkoeien en kalveren dit door klaaglijk naar elkaar te loeien. De melk, die bedoeld is voor haar eigen kind (een zoogdier zoals een koe geeft immers alleen maar melk indien er een kind/zwangerschap is) krijgt als bestemming de supermarkt. De biest (dit is de eerste moedermelk met erg noodzakelijke bestanddelen zoals antistoffen) krijgt het kalfje vaak wel. Kalveren zijn bijproducten van de melkindustrie en dus direct te linken aan de vleesindustrie. De kalveren die je wel eens ziet lopen op het platteland met hun moeders zijn veelal de zgn. dikbilkoeien. Maar daar draait het om het vlees en niet om de melk. Dikbilkoeien kunnen in de regel door hun onnatuurlijke bouw niet meer op een natuurlijke manier bevallen, enkel nog met een keizersnede.
Het gruwelijk lot van de kalfjes De mannelijke dieren (de stiertjes) worden vaak verkocht en op transport gezet naar binnen- en buitenland om vetgemest te worden in zgn. kalverkisten. De stiertjes hebben weinig economische waarde: een stierkalfje brengt tegenwoordig weinig meer op. Kalveren van nog maar een paar dagen oud worden opgekocht, gaan na 2 weken naar veemarkten en worden over grote afstanden internationaal vervoerd. De kalfjes zullen in 6 maanden tijd vetgemest worden (krijgen regelmatig bloedarmoede omdat ze geen ruwvoer zoals hooi of stro krijgen maar alleen maar poedermelk) om vervolgens afgevoerd te worden naar het slachthuis. Dat zal de eerste en de laatste keer zijn dat het kalf even zijn poten mocht strekken. De vrouwelijke kalfjes mogen hun moeder opvolgen: hiermee begint de vicieuze cirkel weer van voor af aan, ook hun kalfjes zullen worden verkocht aan vetmestbedrijven of geslacht. In België mogen er vanaf 31 december 2006 geen kalveren meer in kisten worden gezet. Maar schijn bedriegt: de eerste 8 weken mogen ze (wettelijk gezien) wel nog in een kist gezet worden omdat de zuigreflex (is normaal voor een babyzoogdier) nog te sterk is en men bang is dat de kalfjes aan elkaar gaan sabbelen, wat slecht zou zijn voor de hygiëne en ziekteoverdracht zou bevorderen. Sommige kalveren krijgen nu ruwvoer zoals stro of hooi en soms wordt hun ijzertekort (consumenten eten graag ‘wit’ kalfsvlees) aangepakt door hen ijzerinjecties te geven. Blijft dat ze worden weggenomen van hun moeders, amper hun poten kunnen strekken in de groepshuisvesting of kalvereniglo (buitenhok voor kalveren, bestaande uit een wit plastic overdekt hokje met een kleine uitloop afgesloten door een metalen hekwerk) en in hun korte 6 maanden oude leventje geen weide zullen zien en vroegtijdig worden afgevoerd naar het slachthuis.
Wil je niet meewerken aan deze ellende, dan is er een alternatief: geen zuivelproducten meer kopen maar wel plantaardige melkproducten (bijv. sojamelk, sojakaas, plantaardige boter etc.) die verkrijgbaar zijn in supermarkten en natuurvoedingszaken.
Melkkoeien worden tegenwoordig gemiddeld maar 4-5 jaar oud (lees: dan worden ze afgevoerd naar het slachthuis, omdat de melkopbrengst minder winstgevend wordt) terwijl koeien wel tussen de 15 en 20 jaar kunnen worden! Ook in de biologische melksector worden de meeste kalveren bij hun moeder weggenomen en in een groepshuisvesting geplaatst en komen in het reguliere transport/handelscircuit terecht (dus ook in de bio-industrie): het melkveebedrijf is immers een economisch bedrijf en kan het zich economisch niet veroorloven om de kalveren bij de moederdieren te houden. Er zullen uitzonderingen zijn voor vleeskoeien en ook zullen er bedrijven zijn die het toelaten dat koeien hun kalveren mogen zogen, maar dat komt helaas niet vaak voor.
De zogenaamde melk‘gift’ eist ook van melkkoeien haar tol: steeds meer koeien krijgen last van uierontsteking, slijterziekte, pijnlijke hoeven etc. Ook staan steeds meer koeien (langer) op stal in plaats van in de wei wat genoemde aandoeningen alleen maar doet verergeren. Antibiotica en hormonen vinden gretig aftrek in de veehouderij en is wettelijk toegelaten in sommige landen. Geiten worden ook steeds vaker bio-industrieël gehouden voor hun melk en vlees. De jonge, pasgeboren bokken (mannelijke geiten) eindigen jong in slachthuizen of bij rituele slacht. Ook is er een nieuwe tak binnen de melkveehouderij: paarden die gehouden worden voor de paardenmelk. Jonge veulens (vaak de hengsten) gaan de internationale dierenhandel in en ook zij worden jong geslacht. Ook in België worden er veulens en paarden geslacht.
Laatste Nieuws
|
 |
 |
 |
| Wie zegt het beter? |
|
One of the most dangerous things that can happen to a child is to kill or torture an animal and get away with it .
Margaret Mead
|
|
|
 |
 |
 |
 |
|