De cinema van een blinde vlek
(opiniestuk door Peter Tom Jones & Stijn Scholts)
Na de succesfilm An Inconvenient Truth veroorzaakt de docufilm Our Daily Bread voor opschudding. Waar Al Gore de klimaatwijzing bevattelijk probeert te presenteren, geeft de Oostenrijker Nikolaus Geyrhalter ons een kijk op de interne keuken van onze voedselproductie. Meer nog dan door hun gemeenschappelijk effect – maatschappelijke opschudding – zijn de films aan elkaar gelinkt door een gemeenschappelijk thema, met name de klimaatopwarming als gevolg van onze productie- en consumptiepatronen.
Enkele maanden voor de publicatie van het veelbesproken IPCC-rapport, verscheen onopgemerkt Livestock’s Long Shadow, een rapport van de Food and Agriculture Organization of the United Nations (FOA). Deze publicatie leert ons dat de veestapel verantwoordelijk is voor 18% van de globale broeikasuitstoot. Dat impliceert dat de veeteeltsector meer bijdraagt aan de globale opwarming dan de gecombineerde uitstoot van lucht-, auto- en vrachtwagenverkeer. Dit rapport bevestigt met andere woorden dat de overstap van een vleesrijk naar een vleesarm, vegetarisch of veganistisch voedselpatroon een enorme bijdrage kan leveren aan de noodzakelijke daling van onze broeikasgasuitstoot en, meer in het algemeen, onze voedselvoetafdruk (grond, energie én water). De grote bijdrage van de veeteeltsector aan de globale opwarming is te wijten aan de directe én indirecte uitstoot van methaan, lachgas en CO2 vanwege de dieren én aan de ontbossing die noodzakelijk is voor de massale veevoederproductie. Bovendien heeft de veestapel ook nefaste gevolgen op het vlak van bodemerosie, biodiversiteit, overmatig gebruik en vervuiling van water.
En het gaat uiteraard ook over dierenwelzijn. Our Daily Bread brengt in beeld hoe de gangbare veehouderij dieren kweekt in grote agro-industriële schuren waar ze in zeer korte tijd worden vetgemest en geslacht. Kippen worden verminkt doordat hun snavels gekapt worden. Fokzeugen zitten opgesloten tussen ijzeren stangen. Biggen worden veel te vroeg bij de moeder weggehaald en onverdoofd gecastreerd om vervolgens te eindigen in krappe, donkere betonnen, stimulusarme hokken. Om melk te produceren moet een koe elk jaar een kalf op de wereld zetten. De helft van die nakomelingen zijn als stieren niet geschikt als volgende generatie melkgeefster en belanden al heel vlug in het slachthuis. Jaarlijks worden er in België ongeveer 250 miljoen dieren geslacht.
Het is al te makkelijk de landbouwer aan te wijzen als de grote boeman. We zouden blind zijn voor het feit dat de consument te weinig stilstaat bij de voorgeschiedenis van het stuk vlees op zijn bord. Er zijn natuurlijk verzachtende omstandigheden én er is een derde belangrijke actor in deze kwestie: de overheid. Jaarlijks worden er pakken overheidsgeld uitgegeven aan de promotie van vlees. Campagnes als 'Verrassend Varkensvlees' of 'Rundvlees van bij ons, gecontroleerd van riek tot vork' worden met de regelmaat van de klok op tv-kijkers losgelaten. Deze VLAM-promotiefilmpjes worden handig verpakt als 'boodschap van algemeen nut' alsof ze belangrijke informatie verstrekken.
Dat er iets fundamenteels schort aan ons landbouwmodel blijkt ook uit het volgende voorbeeld. Elke Europese koe krijgt per dag 2 euro aan subsidies, en dat terwijl de helft van de wereldbevolking met minder dan 2 euro per dag moet proberen overleven. Toch blijkt dat het inkomen van die boer er jaar na jaar op achteruitgaat. Willen we hier iets aan doen, dan kunnen we kiezen voor een voedselproductie waarbij onafhankelijke landbouwers in ruil voor een goed inkomen zorgen voor betaalbare producten voor de eigen markt, mét respect voor het milieu. Het landbouwersinkomen kan worden aangevuld door de zogenaamde tweede pijler: inkomsten uit toerisme, beheersovereenkomsten voor natuurgebieden en hoevewinkels. Kortom: de landbouwer van de 21e eeuw heeft een enorm belangrijke rol te spelen op het vlak van natuurbehoud. Plattelandsontwikkeling is immers even relevant als stadsvernieuwing.
Een duurzame hervorming van de veeteeltsector haal je niet door hier en daar een verbod in te stellen of door de invoer van één of ander ethisch label. Als wij ons landbouwareaal efficiënt willen inzetten, dan is er maar één keuze: een snelle afbouw van de veestapel met compenserende maatregelen, de productie van gewassen met hoogwaardige eiwitten en de investering in nieuwe teelten. We moeten daarin ook eerlijk durven zijn tegen de landbouwers. Het gaat niet op dat ze keer op keer grote investeringen doen om zich aan te passen aan maatregelen die uiteindelijk niet duurzaam blijken. En ja, ook de consument moet mee. We kunnen niet verwachten dat landbouwers topproducten leveren die tegen dumpingprijzen op de markt worden gebracht. De enigen die hier wel bij varen zijn de transporteurs en verdelers, niet de landbouwer. Het wordt hoog tijd dat consumenten kiezen voor milieuvriendelijke producten. En tenslotte is het de taak van de overheid een wetgevend kader te voorzien waarin de consument gesteund en beloond wordt in deze keuze zodat niet alles afhangt van de goodwill van de consument die deze milieuvriendelijke producten kan betalen.
Peter Tom Jones (1973) is academicus-publicist en momenteel werkzaam als post-doctoraal onderzoeker aan de KULeuven. Hij is onafhankelijk kandidaat voor GROEN! bij de komende verkiezingen.
Stijn Scholts (1973) is actief binnen de dierenrechtenorganisatie Bite Back.
|